Hoe help ik mijn kind met ...

Motivatie… hoe help ik mijn kind hierbij

Hoe je kind met winst en verlies omgaat, bepaalt of hij voor langere tijd gemotiveerd kan blijven om te trainen en aan wedstrijden mee te doen. Telt voor hem enkel en alleen het resultaat, dan neemt de motivatie en het plezier af bij (een reeks van) teleurstellende resultaten. Lukt het je kind echter om naar het proces te kijken waar hij inzit (“wat ben ik aan het leren”, “hoe ontwikkel ik me”), dan is het makkelijker gemotiveerd te blijven na verlies of overwinningen die hij in de schoot geworpen heeft gekregen. Hoe help jij je kind zich te richten op het proces?

1. Plaats winnen in het juiste perspectief. Succes gaat om het verbeteren van je vaardigheden en capaciteiten. Dan word je een betere speler. Voor een betere speler neemt de kans om te winnen toe. Een mooie bijkomstigheid!

2. Vergelijk je kind niet met anderen, maar met zichzelf. Waar staat hij ten opzichte van vorig jaar, vorige maand? Wat heeft hij geleerd?

3. Bij leren en jezelf verbeteren horen fouten maken. Help je kind om fouten te accepteren. Allereerst door er zelf niet zo’n punt van te maken. Van de fouten van je kind én die van jezelf. Geef jouw uitglijders eerlijk toe. Geef daarnaast je kind de ruimte om fouten te maken en dingen op zijn eigen manier uit te proberen. Zowel binnen als buiten de sport.

Anouk van den Berg, SPORTPSYCHOLOOG VSPN®

Voor sporters

Hoe pak ik mijn focus terug als ik ben afgeleid?

Er zijn vele afleiders die je tijdens een wedstrijd uit je concentratie kunnen halen. Op de eerste plaats de externe afleiders, zoals het weer, het publiek, de scheidsrechter, de tegenstander of het materiaal. Word je afgeleid door een externe factor, richt je aandacht dan op iets kleins dichtbij. Strik je veters, volg de bal als je ermee stuitert, tel je ademhaling.  Je trekt de focus als het ware van ver weg door een trechter naar je toe. Van daaruit richt je je aandacht weer op je spel. 

Dan zijn er nog de interne afleiders zoals je fysieke gesteldheid (pijn, vermoeidheid), emoties (frustratie na een gemiste kans, teleurstelling na een verloren punt) en niet te vergeten je gedachten. Gedachten over het niveau van je spel, wat je ouders of trainer van je spel vinden of wat je allemaal nog moet doen als je weer thuis bent. Als je gedachtemachine eenmaal goed op gang is, wordt het lastig om je beste spel te spelen.

Wanneer je wordt afgeleid door een interne factor, richt je aandacht dan op iets buiten jezelf ver weg. Kijk naar de wolken die overdrijven, lees de reclameborden, zoek een bepaald punt in het stadion op. Misschien wel iemand die speciaal voor jou op de tribune zit. Op deze manier kom je uit je hoofd en liggen jouw emoties en gedachten even niet meer onder een vergrootglas. Als je hoofd tot rust is gekomen, kun je je weer met je spel bezighouden.

Aandachtsoefening voor thuis

Oefen eerst thuis met het richten van je aandacht. Ga op de bank zitten en richt je aandacht op één punt. Observeer bijvoorbeeld een poster aan de muur of je boekenkast. Je kunt ook je ademhaling tellen. Als je merkt dat je aandacht ergens anders is, en dat gaat hoe dan ook gebeuren, neem je dit waar en breng je rustig je aandacht weer terug naar het onderwerp van jouw aandachtsoefening.

Het gaat er niet om dat je minutenlang al je aandacht bij dat ene punt kunt houden. Dat lukt niemand. Misschien de monniken in Nepal. Het gaat er bij deze oefening om dat je opmerkt dat je bent afgeleid en dat je je aandacht vervolgens weer kunt richten op dat wat jij wilt.

Wanneer je de oefening thuis regelmatig doet en je het richten van je aandacht al aardig onder de knie hebt, dan kun je in jouw sportomgeving gaan oefenen met het richten van je aandacht. Succes!

Anouk van den Berg, SPORTPSYCHOLOOG VSPN®