Voor sportouders

Ouders langs de lijn: de emoties van een toeschouwer

Kinderen hebben een zesde zintuig voor de reactie van hun ouders langs de lijn. Zowel voor de verbale als non-verbale reacties. Ze horen elk zuchtje en zien iedere opgetrokken wenkbrauw na een gemiste kans of fout. Houd je emoties daarom in bedwang na een slechte bal.

Reageer ook rustig na een mooie bal. Met een knikje, applaus of opgestoken duim. Ga niet uitgebreid staan juichen of high fives uitdelen aan je buurman op de tribune.

Je emoties reguleren. Soms is dit makkelijker gezegd dan gedaan. Helemaal in situaties waarin jouw kind onrecht wordt aangedaan. Denk aan vals spelende tegenstanders, een gemene tackle of blunderende scheidsrechters. Houd steeds in je achterhoofd dat de sport van de kinderen is. Jij bent “slechts” toeschouwer. Het woord zegt het al: je kijkt toe en houd je verder afzijdig. Geef je kind het vertrouwen en de ruimte om lastige situaties zelf op te lossen. Na de tenniswedstrijd van je dochter kun je met haar bespreken hoe ze een volgende keer om kan gaan met een discussie over een bal in of uit.

Het reguleren van je emoties tijdens een wedstrijd van je kind gaat je lukken door je aandacht te verplaatsen. Zet je zintuigen in en neem de omgeving waar. Kijk naar de reclameborden of de wolken die overdrijven. Voel bewust de zon op je huid of je voeten in je schoenen.

Voor je eigen gemoedsrust is het ook fijn als het verloop van de wedstrijd niet teveel grip op je krijgt. Je kan voor jezelf de lading wegnemen door met wat meer afstand naar het spel van je kind te kijken. Realiseer je dat elke actie er één van vele is in deze wedstrijd, dit seizoen en in het hele verdere sportleven van je kind. Overleg met de trainer of hij een taak voor je heeft. Noteer bijvoorbeeld de statistieken van de wedstrijd in een schriftje of je telefoon.

Lopen de emoties bij jou te hoog op? Een kopje koffie in het clubhuis behoort natuurlijk ook tot de mogelijkheden. Of misschien wil je diep van binnen wel liever thuis blijven. Maak dat bespreekbaar met je kind en partner. Ga met elkaar opzoek naar een oplossing waar iedereen happy van wordt.

Anouk van den Berg, SPORTPSYCHOLOOG VSPN®

Voor sporters

Hoe pak ik mijn focus terug als ik ben afgeleid?

Er zijn vele afleiders die je tijdens een wedstrijd uit je concentratie kunnen halen. Op de eerste plaats de externe afleiders, zoals het weer, het publiek, de scheidsrechter, de tegenstander of het materiaal. Word je afgeleid door een externe factor, richt je aandacht dan op iets kleins dichtbij. Strik je veters, volg de bal als je ermee stuitert, tel je ademhaling.  Je trekt de focus als het ware van ver weg door een trechter naar je toe. Van daaruit richt je je aandacht weer op je spel. 

Dan zijn er nog de interne afleiders zoals je fysieke gesteldheid (pijn, vermoeidheid), emoties (frustratie na een gemiste kans, teleurstelling na een verloren punt) en niet te vergeten je gedachten. Gedachten over het niveau van je spel, wat je ouders of trainer van je spel vinden of wat je allemaal nog moet doen als je weer thuis bent. Als je gedachtemachine eenmaal goed op gang is, wordt het lastig om je beste spel te spelen.

Wanneer je wordt afgeleid door een interne factor, richt je aandacht dan op iets buiten jezelf ver weg. Kijk naar de wolken die overdrijven, lees de reclameborden, zoek een bepaald punt in het stadion op. Misschien wel iemand die speciaal voor jou op de tribune zit. Op deze manier kom je uit je hoofd en liggen jouw emoties en gedachten even niet meer onder een vergrootglas. Als je hoofd tot rust is gekomen, kun je je weer met je spel bezighouden.

Aandachtsoefening voor thuis

Oefen eerst thuis met het richten van je aandacht. Ga op de bank zitten en richt je aandacht op één punt. Observeer bijvoorbeeld een poster aan de muur of je boekenkast. Je kunt ook je ademhaling tellen. Als je merkt dat je aandacht ergens anders is, en dat gaat hoe dan ook gebeuren, neem je dit waar en breng je rustig je aandacht weer terug naar het onderwerp van jouw aandachtsoefening.

Het gaat er niet om dat je minutenlang al je aandacht bij dat ene punt kunt houden. Dat lukt niemand. Misschien de monniken in Nepal. Het gaat er bij deze oefening om dat je opmerkt dat je bent afgeleid en dat je je aandacht vervolgens weer kunt richten op dat wat jij wilt.

Wanneer je de oefening thuis regelmatig doet en je het richten van je aandacht al aardig onder de knie hebt, dan kun je in jouw sportomgeving gaan oefenen met het richten van je aandacht. Succes!

Anouk van den Berg, SPORTPSYCHOLOOG VSPN®