Hoe help ik mijn kind met ...

Concentreren… hoe help ik mijn kind hierbij

Je kind is geconcentreerd wanneer hij zijn aandacht heeft bij een relevante taak, zoals sport of school en zich niet laat afleiden door irrelevante gedachten (twijfels, onzekerheden) of onderwerpen (social media, games, Netflix). Zo help je je kind zich in aanloop naar een training of wedstrijd te focussen op de dingen die op dat moment belangrijk zijn:

1. Ondersteun je kind met zijn timemanagement. Maak samen een plan. Wanneer sport je? Wanneer werk je aan school? Wanneer ontspan je?

2. Maak afspraken over het gebruik van telefoon, tablet en tv. Las schermloze tijd in. Doe dit in onderling overleg. Het puur verbieden levert vaak weerstand op.

3. Leer je kind zijn aandacht in het hier en nu toe houden. Als hij veel blijft praten over gespeelde wedstrijden en dus blijft hangen in het verleden of juist met allerlei scenario’s in de toekomst bezig is (“Als ik het NK goed/slecht speel, word ik wel/niet geselecteerd door de bond.”), begeleid je hem naar het heden. Waar sta je nu. Wat is je volgende taak of opdracht.

4. Je kind helpen zijn focus te verleggen naar zijn ademhaling als hij is afgeleid, is ook een effectieve manier om zijn aandacht in het hier en nu te brengen.

Anouk van den Berg, SPORTPSYCHOLOOG VSPN®

Hoe help ik mijn kind met ...

Motivatie… hoe help ik mijn kind hierbij

Hoe je kind met winst en verlies omgaat, bepaalt of hij voor langere tijd gemotiveerd kan blijven om te trainen en aan wedstrijden mee te doen. Telt voor hem enkel en alleen het resultaat, dan neemt de motivatie en het plezier af bij (een reeks van) teleurstellende resultaten. Lukt het je kind echter om naar het proces te kijken waar hij inzit (“wat ben ik aan het leren”, “hoe ontwikkel ik me”), dan is het makkelijker gemotiveerd te blijven na verlies of overwinningen die hij in de schoot geworpen heeft gekregen. Hoe help jij je kind zich te richten op het proces?

1. Plaats winnen in het juiste perspectief. Succes gaat om het verbeteren van je vaardigheden en capaciteiten. Dan word je een betere speler. Voor een betere speler neemt de kans om te winnen toe. Een mooie bijkomstigheid!

2. Vergelijk je kind niet met anderen, maar met zichzelf. Waar staat hij ten opzichte van vorig jaar, vorige maand? Wat heeft hij geleerd?

3. Bij leren en jezelf verbeteren horen fouten maken. Help je kind om fouten te accepteren. Allereerst door er zelf niet zo’n punt van te maken. Van de fouten van je kind én die van jezelf. Geef jouw uitglijders eerlijk toe. Geef daarnaast je kind de ruimte om fouten te maken en dingen op zijn eigen manier uit te proberen. Zowel binnen als buiten de sport.

Anouk van den Berg, SPORTPSYCHOLOOG VSPN®