Blog procesdoelen: Goed gemutst

19 May 2015 | Blogs | Tags: , , , , ,

Sporters hebben altijd een doel voor ogen. Vaak zijn dit resultaatdoelen: kampioen worden, in de top-3 eindigen, het verbeteren van een PR of plaatsing voor een toernooi. Mijn vraag is dan altijd: hoe ga je dat doel bereiken? Op deze manier neem ik de sporter mee in de weg ernaartoe. Wat is ervoor nodig om je PR te verbeteren bijvoorbeeld? Zo komt een sporter uit bij procesdoelen: explosiever uit de startblokken komen, de bovenbeenspieren versterken of het duurvermogen vergroten.

Procesdoelen moeten vervolgens invulling geven aan de training. Veel sporters trainen echter zonder specifiek procesdoel. Een gemiste kans! Werken aan een doel vergroot de motivatie en geeft een sporter inzicht in zijn ontwikkeling. Daarbij is het van belang de goede doelen te stellen. Een doel dat ik vaak hoor is: “Ik ga goed spelen”. Om verschillende redenen valt er met dit doel niet te werken. Want wat is “goed”? En wanneer heeft de sporter zijn doel bereikt? Een goed geformuleerd procesdoel moet aan vier kenmerken voldoen. Het doel is Meetbaar, Uitdagend, aan Tijd gebonden en Specifiek. Samen te vatten in het woord MUTS.

challenge
Een voorbeeld van een goed geformuleerd doel voor een tennisser is: “Deze training sla ik mijn backhand met topspin, zodat meer dan 70% van de ballen met een marge van minimaal een halve meter over het net gaat.”

De meetbaarheid komt terug in twee onderdelen. 70% van de ballen is het eerste. Minimaal een halve meter over het net is het tweede. Span een touw een halve meter boven het net en tellen maar. Het kan handig zijn als iemand anders, zoals de trainer, dit doet. De uitdaging zit hem in de 70%. 50% zou makkelijk te halen zijn. Voor een volgende training kan dit percentage altijd naar boven of beneden worden bijgesteld op basis van de resultaten. Deze training is de tijd waar dit doel voor geldt. Er kunnen ook doelen gesteld worden voor de lange(re) termijn. Zoals: aan het eind van het winterseizoen zit mijn tweede servicepercentage boven de 80%. Per training kan er dan aan specifieke onderdelen van de servicebeweging worden gewerkt, zoals opgooi en raakpunt. De gedetailleerde omschrijving maakt het doel specifiek. Het doel omvat de volgende punten: het type slag (backhand), manier van spelen (topspin) en de punten waarop gemeten wordt. Vergelijk het doel uit het voorbeeld maar eens met: “Ik ga met meer topspin spelen.” Lang niet zo specifiek.

Met deze kennis over het stellen van procesdoelen gaat elke sporter in het vervolg goed gemutst de training in.