Blog intrinsieke motivatie:

23 March 2015 | Blogs | Tags: , , , ,

De 10-jarige Giovanni heeft een droom: meedoen aan het Nederlands Kampioenschap synchroonzwemmen. Als eerste jongen in de geschiedenis van deze sport. Het is niet alleen zijn droom. Het is een doel dat hij helder voor ogen heeft. Daar traint hij keihard voor. Tussen alle meisjes ondersteboven in het zwembad met een klem op zijn neus. En thuis op zijn kamer rekt en strekt hij zijn spieren om zijn lenigheid te vergroten. Zelfs een romantische picknick met zijn vriendinnetje onderbreekt Giovanni om zijn buikspieroefeningen te doen. Hij heeft er veel voor over om zijn doel te bereiken. De pesterijen van zijn klasgenootjes, omdat hij een meisjessport doet, neemt hij op de koop toe. De grote hoeveelheden zwembadwater kunnen het heilige vuur dat binnenin Giovanni brandt, niet doven.
olympische-fakkel
Zo’n binnenbrand die sporters drijft, noem je intrinsieke motivatie. Motivatie van binnenuit, omdat een sporter het zelf wil. Turner Epke Zonderland is hiervan een goed voorbeeld. Hij wil het beste uit zichzelf halen om zijn taak, de rekstokoefening, perfect uit te voeren. Hij zoekt daarbij de grenzen op om steeds beter te worden. Ook de Zwitserse tennisser Roger Federer kan niet ongenoemd blijven. Hij heeft alles gewonnen wat er maar te winnen valt en toch blijft hij doorspelen. Omdat hij van het spelletje houdt.

Het tegenovergestelde is extrinsieke motivatie. Sporters die gedreven worden door zaken van buitenaf. Zoals geld, beloningen, prijzen, aandacht en status. Extrinsieke motivatie draagt niet bij aan het spelplezier en de ontwikkeling van een sporter op de lange termijn.

Intrinsieke motivatie begint bij de sporter zelf. Hij moet in eerste instantie sport leuk vinden vanuit eigen interesse. Ouders kunnen hun kind niet dwingen iets leuk te vinden. Ze kunnen slechts hun kind in contact brengen met sport. Maar als een kind eenmaal zijn sport heeft gevonden zijn ouders wel degelijk van invloed op het maken of breken van intrinsieke motivatie.

Een vader die zijn zoontje een euro geeft voor elk doelpunt dat hij scoort, helpt de intrinsieke motivatie om zeep. Voetbal is niet meer leuk om het spel zelf, maar om het geld dat het oplevert. Geen doelpunten, geen geld, geen plezier. Dit is wel een heel expliciet voorbeeld. Maar het kan ook subtieler. Ouders die nadrukkelijk de winst van hun kind bejubelen begeven zich op glad ijs. Het kind krijgt voor het goede resultaat een externe beloning in de vorm van positieve aandacht. Welk kind wil dat nu niet? Bij verlies blijft deze positieve aandacht echter uit. En verandert misschien zelfs wel in negatieve aandacht. Beter is het om je kind te prijzen om zaken waar het invloed op heeft, ongeacht de uitslag. Zoals inzet, samenwerking of vooruitgang in zijn spel. Zo help je je kind plezier te houden in zijn sport om de sport en niet om iets anders.

Benieuwd of Giovanni zijn examen haalt en mee mag doen aan het NK? Bekijk via de volgende link de korte film. Giovanni en het waterballet