Voor sporters

Hoe vergroot ik mijn zelfvertrouwen?

Je beste spel speel je met zelfvertrouwen. Na een overwinning krijgt je zelfvertrouwen een boost. Maar winnen is niet de enige manier om je zelfvertrouwen te versterken. Gelukkig maar, want verliezen doe je ook. In dit blog lees je 3 tips om je zelfvertrouwen te vergroten.

1. Ken je kwaliteiten

Breng allereerst je kwaliteiten in kaart. Neem alle onderdelen van je sport mee: techniek, fysiek, tactiek en mentaal. Vraag ook eens aan je trainer of een teamgenoot welke kwaliteiten hij of zij bij jou ziet. Schrijf ze op en spreek je kwaliteiten hardop uit (dan wordt het gevoel sterker). Doe de lijst in je sporttas of plak hem op je kamerdeur. Mocht je zelfvertrouwen de komende tijd aan het wankelen worden gebracht, dan kan de lijst jouw kwaliteiten in herinnering brengen.  

2. Train je sterke punten

Vervolgens is het zaak om je kwaliteiten te ontwikkelen door er veel op te trainen. Het ligt voor de hand om in je trainingen aandacht te besteden aan je zwakke(re) punten. Die wil je immers verbeteren om een completere speler te worden. Maar vergeet ook je wapens niet! Je sterke punten zijn de bouwstenen van je zelfvertrouwen. Daarmee win je wedstrijden. Bovendien is het trainen van je kwaliteiten veel leuker dan het eindeloos oefenen van die lastige techniek die je maar niet onder de knie kunt krijgen.

3. Kijk naar wat er goed gaat

Veel sporters zijn kampioen zwart-kijken. Na een wedstrijd kunnen ze met gemak een hele waslijst aan fouten en verbeterpunten opsommen. Het is prima om kritisch te zijn op de onderdelen van je spel die (nog) niet goed gaan. Het helpt je om jezelf te ontwikkelen. Maar geef op z’n minst evenveel aandacht aan de dingen die wel zijn gelukt. Je missers zijn niet belangrijker dan je winners. Juist het tegendeel is waar om een sterk zelfvertrouwen te ontwikkelen. Sta daarom bewust stil bij de dingen die wel goed gaan. Zet je mooiste actie van de wedstrijd in het zonnetje door hem nog eens te herbeleven. En nog eens. Geef aandacht aan de kleinste successen. Bijvoorbeeld als je minder fouten hebt gemaakt dan de vorige wedstrijd. Vooruitgang! Of als je voor het eerst de rol van aanvoerder op je hebt genomen, al ging dat niet vlekkeloos. Groei!

Doe je voordeel met bovengenoemde tips en ga met meer zelfvertrouwen je wedstrijden in. Succes!

Anouk van den Berg, SPORTPSYCHOLOOG VSPN®

Voor sporters

Hoe pak ik mijn focus terug als ik ben afgeleid?

Er zijn vele afleiders die je tijdens een wedstrijd uit je concentratie kunnen halen. Op de eerste plaats de externe afleiders, zoals het weer, het publiek, de scheidsrechter, de tegenstander of het materiaal. Word je afgeleid door een externe factor, richt je aandacht dan op iets kleins dichtbij. Strik je veters, volg de bal als je ermee stuitert, tel je ademhaling.  Je trekt de focus als het ware van ver weg door een trechter naar je toe. Van daaruit richt je je aandacht weer op je spel. 

Dan zijn er nog de interne afleiders zoals je fysieke gesteldheid (pijn, vermoeidheid), emoties (frustratie na een gemiste kans, teleurstelling na een verloren punt) en niet te vergeten je gedachten. Gedachten over het niveau van je spel, wat je ouders of trainer van je spel vinden of wat je allemaal nog moet doen als je weer thuis bent. Als je gedachtemachine eenmaal goed op gang is, wordt het lastig om je beste spel te spelen.

Wanneer je wordt afgeleid door een interne factor, richt je aandacht dan op iets buiten jezelf ver weg. Kijk naar de wolken die overdrijven, lees de reclameborden, zoek een bepaald punt in het stadion op. Misschien wel iemand die speciaal voor jou op de tribune zit. Op deze manier kom je uit je hoofd en liggen jouw emoties en gedachten even niet meer onder een vergrootglas. Als je hoofd tot rust is gekomen, kun je je weer met je spel bezighouden.

Aandachtsoefening voor thuis

Oefen eerst thuis met het richten van je aandacht. Ga op de bank zitten en richt je aandacht op één punt. Observeer bijvoorbeeld een poster aan de muur of je boekenkast. Je kunt ook je ademhaling tellen. Als je merkt dat je aandacht ergens anders is, en dat gaat hoe dan ook gebeuren, neem je dit waar en breng je rustig je aandacht weer terug naar het onderwerp van jouw aandachtsoefening.

Het gaat er niet om dat je minutenlang al je aandacht bij dat ene punt kunt houden. Dat lukt niemand. Misschien de monniken in Nepal. Het gaat er bij deze oefening om dat je opmerkt dat je bent afgeleid en dat je je aandacht vervolgens weer kunt richten op dat wat jij wilt.

Wanneer je de oefening thuis regelmatig doet en je het richten van je aandacht al aardig onder de knie hebt, dan kun je in jouw sportomgeving gaan oefenen met het richten van je aandacht. Succes!

Anouk van den Berg, SPORTPSYCHOLOOG VSPN®